Deo ex mechanica adiutus sum

De titel weet het al perfect te verwoorden, het o so dreaded examen van Mechanica (voor de leken: dat zijn de wetten van Newton en allerlei daarvan afgeleide brol) is wonderwel goed gelukt. Ik was er zo bang voor, niet alleen de vorige dagen, maar eigenlijk sinds één van de eerste weken onzer eerste academiejaar aan de eerbiedwaardige instelling die de KULeuven toch wel behoort te zijn. Uncle Georges (ja, die van de 24u-shop) had een examen zoals vorige jaren voor ons voorzien met de eerste helft toegepaste theorie en de tweede helft twee grotere oefeningen, (één vlakke dynamica, één statica). Er werd gebakken, en ik vermoed dat hetgene dat uit de bus kwam van een redelijke kwaliteit genoemd mag worden. De eerste en tweede vraag van de theoriedingetjahz zijn mijns inziens juist, de derde half (tenzij mijn gefoefel in de tweede helft ook als juist aanzien wordt). De grotere oefeningen gingen minder van een leien dakje, hoewel… De oefening van Vlakke dynamica, mijn zwakste punt van heel de cursus, heb ik half gevonden (ik heb wel een uitkomst die van deftige en realitsiche makelij is), die van Statica (waarop ik van tevoren mijn eieren had ingezet) was een kolfje naar mijn hand. Je ziet, het resultaat zou – indien in overeenstemming met mijn aanvoelen – rond de twaalf moeten liggen, zijnde dus waarschijnlijk het beste examen tot nu toe.

Nog eentje te gaan,
Algebra, that is.

Examen Analyse bis

Vandaag zag ik op alleskan een opgeloste versie van het examen dat ik maandag afgelegd had, en waarvan ik serieus vreesde gebuisd te zijn. Maar wat sprong er daar zo maar even in m’n oog? Van de zes vragen die ik had ingevuld, had ik er drie volledig juist (temperatuur in de kamer/parametrisatie/oneigenlijke integralen), één bijna juist (gebied bepalen waarover je integreert), één half juist (meervoudig afleiden) en één volledig fout (de deksels Texelse schapen). Een beetje rekenwerk (en een beetje rekening houdend met het feit dat er teveel vragen waren) levert me het afschuwelijk funfunfunresultaat dat ik er waarschijnlijk door zal zijn. Mijn dag kan niet meer stuk, zelfs niet in de schaduw van het afschrikwekkende examen van Mechanica.

Nieuwe moed!

Examen Analyse (voor de leken: da’s integroale en aflaajde)

Zo, het tweede examen is alweer achter de rug. Dit keer was het aan Spline en Konijn – de insiders snappen wel dat het hier om Pol en Pies gaat, de outsiders moeten zich tevreden stellen met het feit dat het hier om de professoren Piessens (zonder S) en Dierckx gaat- om hun demonische wraakgevoelens jegens jonge burgie-adolescenten bot (en dan bedoel ik zeeeeeeer bot) te vieren. Gevolg: een examen waarop acht onmogelijke vragen voorzien moeten worden van een zo mogelijk nog onmogelijker antwoord. “Acht vragen”, hoor ik de ervaren burgierot al zeggen, “dat zijn er zoveel?” Wel, da’s een nieuwigheidje dat onze twee vrolijke vrienden ingevoerd hebben op verzoek van de POC (en dan meer specifiek de studentikoze vertegenwoordiging in deze raad) opdat de kans voor de studenten stijgt dat ze toch één vraag zouden kunnen. Maar goed, genoeg algemeenheden nu, het is tijd dat ik mijn eigen resultaten even toelicht, nietwaar? Ik heb de eerste zes vragen (waarvan de Pies zei dat als je die oploste, je er al genoeg had, dat een normale mens – als die in burgieland al zijn existentie kent – die acht vragen nooit zou kunnen oplossen op de vier uur die voor dit vak voorzien waren) beantwoord naar eigen godsvrucht en vermogen. Dit betekent dat ik bij alle zes de vragen iets heb gekribbeld (telkens minstens een bladzijde uiteraard) met een oplossing die naar mijn bescheiden mening, en naar ik hoop, juist zou moeten zijn. Ik weet niet of het een goed teken is dat ik bij alle zes iets geschreven heb, maar ik hoop van wel. Toch ga ik er vanuit dat ik in augustus/september een soortgelijk examen ga moeten maken, enerzijds om mezelf te beschermen tegen teleurstelling, anderzijds uit hard realisme. Maar goed… we zien wel.

Avanti, op naar de deus ex mechanica!

Musina in church (ofte: Kerkconcert) 21/01/2006

Gisteren was het eindelijk zover. Na een dikke tien maanden repeteren – Of ja, eigenlijk negen en een vrij grote klets, maar het edele getal tien (voor zij die getallensymboliek onder de knie hebben, ja, dat heeft te maken met de driehoek van de Pytagoreeërs) staat veel mooier dan negen (hoewel het natuurlijk een drievoud is van het heilige getal drie, maar goed… men moet ergens de streep trekken, niet?) – konden we eindelijk ons kerkconcert ten berde brengen, in de Sint-Lambertuskerk in Muizen, that is. Het was een goed concert, als zeg ik het zelf. Voor zij die het niet kunnen vinden dat ik als meespelend lid vind dat we met z’n allen goed gespeeld hebben, heb ik de volgende keuze klaar: een dikke vinger, of een mededeling van mijnentwege dat iedereen behalve mijn eigen persoontje goed gespeeld heeft. Maar goed, genoeg van dat algemeen gelul en ander geslachtsdeel, het is tijd om van rond de pot eens in de pot te duiken, en een paar stukken waar ik specifiek iets over te zeggen heb even kort toe te lichten.

1e Deel
1. Highland cathedral:
Een lekker Schots wijsje dat je, indien braaf naar de wekelijkse repetitie gaand, na twee keer spelen kotsbeu bent. Desalniettemin is het een mooi stuk dat goed de sfeer van wandelen in Schotse bergen weet weer te geven.
2. Nostalgia: Niet meteen my favourite, maar zeker niet slecht.
3. Pacis Valley: Het op-één-na mooiste werk van de avond, geweldige stemmingswisselingen, dat staat me als zeer stabiel persoon om een of andere reden toch redelijk goed aan. Weet ook als geen ander een middeleeuws sfeertje op te roepen.
4. Nessun dorma: Een klassieker, Puccini that is.
5. Oblivion: Liked this one very mucho as well, geweldige solo van Eric gehoord, ik kreeg er verdorie kiekenborstvlees van, en dat gebeurt nu ook niet zo overdreven veel…
6. The last song: Dit is één van de twee stukken die ik liever niet had willen vermelden, maar… het moet, want het was één van de twee stukken waar het fout liep. Ons aller Walter begon spijtig genoeg een halve maat te laat aan zijn solo zodat dat gedeelte een klein beetje de mist in ging. Ach… tijdens ‘11th of september’ en ‘Moment for Morricone’ stond hij er wel, dus Walter, fuck the rest (en dat is geen bevel…)

2e Deel
1. Deep Harmony:
Nice one.
2. Laurena: Nice one too.
3. 11th of september:Dit stuk had ik ook liever niet op deze manier vermeld. Ons aller Christiaan begon immers een maat te vroeg met het Amerikaanse volkslied, waardoor het even kort de soep inliep, hetgeen door onze alertie werd opgelost door collectief, as Christiaan did, een maat in onze spreekwoordelijke zakken te steken. Het enigszins mislopen is toch niet de hoofdreden van dit subtekstje. ‘11th of september’ is gewoon een beauty, vooral voor mensen die al eens te maken gehad hebben met het verlies van een dierbare (hetgeen mij gelukkig nog grotendeels bespaard is gebleven)
4. Moment for Morricone: Het beste stuk van de avond. Misschien ligt het aan mij omdat ik gek ben op filmmuziek, misschien wàs het ook het beste, maar ik vond dit echt geweldig. En… o ja… Clarinet power!
5. Cantabile for winds: Een rustige afsluiter voor een geslaagd concert
De obligatoire dankwoordjes: Anke doorstond haar doop glansrijk door maar liefst drie kussen van onze pastoor in ontvangst te nemen (de snoeper). Anke, you’re one of ours nu :)
Bis: Cantabile for winds

As you can see, het was een gezellig concert (ook de afterbar met glüh- en andere sterke drank), voor een bijna volle kerk (ofja, dat denkik… ik was nogal ‘Blinded by the lights’ … die spots zijn concert na concert redelijk hell), waar we met tevredenheid op terug kunnen blikken (en zullen blikken, want volgens onzer dirigent was het een eenmalige gebeurtenis, jammer, want de klank in de kerk was echt zeer goed).

Op naar Musina in concert 6: The best of Musina, 25 maart in de stadsschouwburg van Mechelen (eventuele kaarten zijn altijd te verkrijgen bij mij).

Foto’s:
http://users.pandora.be/musina/musina/20060121/target0.htm

ATS ofte Algemene en Technische Scheikunde

Meteen geconfronteerd geworden geweest gezijn met de moeilijkheid om punten van een universitair examen in te schatten alsook de moeilijkheid van zo’n examen an sich. Het is helemaal niet te vergelijken met een examen in het middelbaar (waar ocharme vijftig procent halen een schande was waarvoor mijn nageslacht tot in de elfendertigste generatie boeten zou, en waar je ook meteen de klepel wist hangen waneer de klok in de vorm van een examen geluiden had). Desondanks, desalniettemin, desniettegenstaande vermoed ik dat eerwaarde Creemermers mij niet zal kunnen buizen, en mijn driftig werken zal belonen met een 10 of een 11 (dat is wat ik hoop, en wat ik schat, ondanks mijn afschuwelijke onervarenheid in schatten). Immers, mijn theorie (60%) ging vrij goed (ik vermoed er met een beetje marge door te zijn op dit onderdeel). De oefeningen waren (zoals verwacht/gevreesd) iets moeilijker en redelijk slecht. Ik ben tevreden met net onder de 20/40. Dit zou resulteren in een 50à55 op honderd (I hope), en dus een vrijstelling voor chemie. Sperandi sumus!

(En als hij mij buist pas ik met graagte de gaskamerstelling op hem toe… :) )