Iets waar ik een bloedhekel aan heb: vooruitgeschoven examens. Niet alleen verplichten ze mij om een week vroeger intensiever te gaan studeren (waardoor ik me dus 6 weken moet zien bezig te houden), ze zijn ook gewoon klote omdat je nog helemaal niet in een examenstemming zit. Ach ja, alle klachten op een stokje, donderdag, 22 mei, is mijn vijfde examenperiode (tweede zit in het eerste, zie je) aan de KULeuven ingezet met twee oefeningen Fluïdummechanica, voor velen een ‘Magic happens between page 1 and page 800′-vak.
Het examen was niet moeilijk, helemaal niet, het was gewoon veel en veel en veel te veel.
Een vraag uit hoofdstuk 3 over een ondergedompeld oppervlak, een stuwdam, om het voor de ingenieur op een dagdagelijkse toepassing te doen lijken, en een dimensionering van verschillende elementen uit een watervoorzieningssysteem, rekening houdend met verliezen (à la hoofdstuk 8).
Het was veel en veel te veel om op 2,5 uur uit te rekenen (een extra uur à 1u30 had zeker gemogen), en vooral, dat het dingen waren die je niet meteen met de hand gaat zitten uitrekenen zoals de oplossing van een vierkantsvergelijking (ok, dat ging nog redelijk), maar cubische vergelijkingen waar de onbekende in de integratiegrenzen staat, ging mij een brug te ver.
Dat het veel was, lag aan twee dingen: het was veel, en je moest heel veel moeite doen om de nuttige opgave de destilleren uit een lang verhaal (drie kwart pagina) dat volstond met nutteloze informatie.
Maar goed, rekening houdend met het feit dat iedereen het veel te veel vond, en ze de punten lichtjes zullen moeten optrekken, meen ik dat ik een aardige score zal halen op dit deeltje dat voor een kwart van de twintig punten meetelt. (Prognose: 3,5 op 5)
Nu twee weken blokken en dan vijf goede examens doen om toch nog eerste zit te halen.
Avanti!