Nummer 5: Halfgeleidercomponenten

Vandaag was het tijd voor mijn laatste van deze examenperiode (en met zeer lage waarschijnlijkheid de laatste van dit academiejaar). Dit keer mocht ik proberen mijn pappie’s IMEC-vriendjes te overtuigen van mijn kennis van Halfgeleidercomponenten zoals de diode, de verschillende transistortypes en fotonische componenten.

Op voorhand had ik redelijk wat schrik voor dit examen: niet alleen zou het een mondeling examen zónder schriftelijke voorbereiding zijn (auch…), ook was het niet meteen het makkelijkste vak, integendeel zelfs, ze hadden het moeilijkste voor het laatste bewaard.

De oefeningen vielen mee, daar heb ik hoogstwaarschijnlijk wel de helft en meer op. De theorie was zoals altijd lastiger omdat dat deel modeling was. Ik heb redelijk wat zinnige dingen gezegd, maar ik vrees dat de diepgang bij momenten een beetje ontbrak.

On verra, een 12 zou mij volstaan, een 10 pleziert mij al mateloos :)
Nu minstens drie weekjes niets doen

Nummer 4: Digitale signaalverwerking Deel 1

Vandaag was het tijd voor de voorlaatste, Digitale signaalverwerking van Patrick Wambacq (of hoe je het ook schrijft). Omdat ik goedgeluimd ben, wil ik voor de liefhebbers nog eens een motto van stal halen: DAC was kak, DSP (of DSV, hangt er vanaf of je in het Engels of in de Nederlandse wereldtaal afkort) viel wel mee. Daarmee is meteen ook gezegd hoe het examen is gegaan: niet schitteren, maar het viel wel mee.

De eerste vraag zat bij de 20 vragen die ik al studerend had voorbereid, uitgaande van het feit dat hij nogal vaak hetzelfde durft te vragen. Het was dan ook een vraag uit de mij bekende lijst, die bijeengeraapt is in de tijd dat het examen nog mondeling was (en er dus veel verschillende vragen per jaar gesteld moesten worden). Ik heb ze dan ook (bijna) vanbuiten kunnen oplossen vermits ik een mooi neergeschreven versie had ingestudeerd.

Vraag twee was iets minder. Het ging over een deel van de cursus dat ik niet echt snapte (zoals velen wist ik de klok wel hangen, maar snapte ik niet goed wat de klepel daarin te doen had, of zoals Pietje Bell ooit als strafwerk schreef: Ik had de kok wel horen fluiten dat hij niet wist waar de lepel hing). Ik heb me daar dan ook een beetje door moeten zeveren, redelijk juiste dingen gedaan, maar niet helemaal op het einde geraakt omdat ik niet genoeg snapte wat er eigenlijk in alle tussenstappen diende te gebeuren.

De oefening was dan weer wel goed. Niet dat ze erg moeilijk was, het was een typisch digitaal systeem waarvan ik er ondertussen al genoeg heb gezien (Lineaire Algebra in het eerste jaar, Systeemtheorie en regeltechniek in het tweede jaar) waarop allerlei berekeningen moesten gebeuren, waarvan verschillende implementatievormen moesten gegeven worden en zo verder.

Je hoort het, ik ben betrekkelijk tevreden. Ik heb een redelijk examen gedaan (niet slecht, zelfs eerder naar de goede kant volgens de standaarden die de vorige examens van deze periode gezet hebben) en hoop dat ik beloond word met een 12 of een 13 (hoewel ik al lang blij ben als ik dit vak niet nog eens opnieuw moet afleggen).

Nog eentje te gaan, maar wel de vieste van al: Halfgeleidercomponenten

Nummer 3: Fluïdummechanica en Warmteoverdracht

Vandaag was het tijd om mijn kennis van de fluïdummechanica en de warmteoverdracht te bewijzen aan respectievelijk de proffen William D’haeseleer (die ooit door Johan Vandelanotte in Ter Zake een leugenaar genoemd werd) en Eric (Eddy) Van den Bulck.

Na een verontrustende droom vannacht (iets met niets kunnen van een examen bij D’haeseleer die voor de gelegenheid zijn Leopold II-baard had afgeschoren), dacht ik nog steeds dat het wel zou lukken, dat ik rond een uur of 12 vrolijk zou buitenlopen omdat ik er nipt doorgeraakt was. Helaas, niets is (waarschijnlijk) minder waar.

Het begon al toen ik de mondelinge vraag van Warmteoverdracht onder mijn ogen kreeg. Hoewel het een van de vragen was die ik het meest zag zitten (uitgaande van wat hij kon vragen), liep het al snel de soep in. Ik wist van ver wel waarover het ging, maar toen ik het moest beginnen uitschrijven, geraakte ik niet waar ik moest geraken. Ik ging dan maar verder met mijn twee oefeningen die beiden gelukt zouden moeten zijn. Nadat ik mijn mondeling van Fluïdummechanica (zie zo meteen) en anderhalf uur had gewacht tot het aan mij was (waarin ik stilaan was beginnen panikeren), was het eindelijk aan mij om het te gaan uitleggen aan Van den Bulck. Helaas, een black out was mij ten deel gevallen. Ik kon niets zinnig meer uitbrengen, ik kon zelfs het weinige dat ik op mijn blad had geschreven niet meer uitleggen. Alles was weg, ik kon er geen bal meer van.

Als Fluïdummechanica nu vlot gegaan was, had ik misschien nog kunnen leven met zo’n rampzalig mondeling voor Warmteoverdracht, maar ik vrees dat ook dit deel een kleine ramp is. De vragen waren niet meteen mijn favorieten (afgaande op de examenvragen van vorige jaren), maar ik dacht dat ik me er wel zou doorslaan. Ook hier viel dat dik tegen. In plaats van mijn voorbereiding te lezen en te zien dat ik de grote lijnen verstaan had, stelde hij een vijftal detailvragen die mij erg detaillistisch voorkwamen. Als je weet dat ik er daar slechts één op een redelijke manier van kon beantwoorden tot mijn eigen domme fout, want sommige waren heel erg logisch. Maar ja, eens ik begin te panikeren…

Zoals je leest was het dus een kleine ramp. Ik zou mezelf er niet doorlaten als ik mezelf moest quoteren, ik zou mezelf zelfs geen delibereerbaar resultaat geven om te zorgen dat ik het vak nog eens (hopelijk beter) moet afleggen in januari. Uitgaande dat een prof op een analoge manier redeneert, denk ik dat dit examen qua resultaat ten hoogste een 6 beschoren is.

Gelukkig had ik mijn vriendinnetje die me wat heeft kunnen opbeuren, want anders was ik erg donderwolkerig geweest voor de rest van de dag.

Nummer 2: Elektromagnetische golven

Vandaag was het tijd voor nummer twee, Elektromagnetische golven. Velen voelden dit aan als vier uurtjes werken zodat ‘The Brain‘ de wereld binnenkort kan overnemen.

Op voorhand had ik al een goed gevoel over dit examen. De oefeningen gingen vlot, de examenvragen van vorig jaar gingen vlot, dan zou het examen ook wel vlot moeten gaan, nam ik aan. Een mens zou dan denken dat ik heel relaxed aan het examen zou kunnen beginnen maar niets is minder waar…

Ik was om 7u30 thuis vertrokken zodat ik nog een beetje marge had, mocht er iets fout lopen onderweg, en ja, O vervloekte Murphy, het was van dat. Door de zware regenval liep het verkeer erg stroef en stonden er overal aanzienlijke files. Naarmate 8u30 dichter en dichter kwam, begon ik meer en meer mijn ‘kas op te fretten’ want wat als ik te laat zou zijn… Gelukkig had ik uiteindelijk nog vijf minuten over, maar het is heel nipt geweest.

Nog volledig onder de stress, begon ik aan het examen. Daarbij komt dan nog dat ik de eerste vijf minuten een DAC-gevoel gevoel had. (Voor de duidelijkheid: ik was in januari gebuisd op DAC, een examen dat afschuwelijk slecht gegaan was). Drie vragen, groen papier, 200G-aula, vragen die op het eerste zicht er redelijk ambetant uitzagen…

Uiteindelijk ben ik begonnen aan de derde vraag die mij de eenvoudigste vraag leek. Die kon ik vrij vlot oplossen. Vervolgens heb ik de eerste afgewerkt en daarna de tweede, allemaal zonder érg grote problemen. Ik zal hier en daar wel een foutje gemaakt hebben, maar over het algemeen zou dit een goed examen moeten zijn. Meteen na het examen dacht ik aan een 15 maar mijn ervaring leert dat ik daar 1 à 2 puntjes af moet doen. Een aardige prognose is in mijn ogen dus een 13.

Nummer 1: Bedrijfskunde

We zijn vertrokken voor de laatste 17 dagen (dat is halverwege!) van de juni-examenperiode van dit jaar. Nog steeds in de goede running zijnde, hoop ik dat dit meteen ook de laatste is van het academiejaar, maar eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de kans bestaande acht dat ik in augustus-september voor minstens twee vakken toch nog eens uit mijn sloffen zal moeten schieten.

Maar goed, first things first, en dat is in dit geval mijn eersteling: Bedrijfskunde van gouwe ouwe Ludo ‘Intelligent oog’ Gelders dat vandaag mijn examenperiode op gang bracht (mijn nummer 0, de oefeningen van Fluïdummechanica even buiten beschouwing gelaten).

Op voorhand had ik mij enigszins voorbereid op een examen dat ‘vies’ zou zijn, moeilijker dus dan de leerstof eigenlijk deed vermoeden. Dit vooral omdat er een paar vieze oefeningen (met annex oplossingsmethodes) bij de opgeloste oefeningen en voorbeeldjes stonden. Het was dus niet geheel met een gerust gevoel dat ik deze namiddag de bus opstapte richting Heverlee.

Het eerste deel (op vijf van de twintig punten, vernam ik na het examen) bestond uit theorie: definities, voor- en nadelen van bepaalde structuren, formuletjes en zo verder. Dit deel ging vrij goed. Ik zal misschien hier en daar een foutje hebben (onder andere één vraag waar ik het vertikt had om een aantal puntjes vanbuiten te leren, maar er toch twee van de vier juist kon gokken), maar over het algemeen heb ik mijn theoriedeel vrij goed afgelegd.

De oefeningen waren eigenlijk zoals ze te verwachten waren, of misschien net dat tikkeltje moeilijker:

  • De eerste was een typische investeringsanalyse (bedrijf koopt iets en wil weten wat de cashflow is, wat er aan de belastingen afgestaan moet worden en zo verder), ware het niet dat er een addertje onder het gras zat. Het was immers een oefening die bij het moeilijkere type hoorde: het geld voor de investering werd door het bedrijf volledig geleend, en dus werd het goochelen met intrestvoeten en intrestkosten om een mooie Net Present Value uit te komen. Mits een paar kleine foutjes, heb ik deze vraag vrij aardig op weten te lossen, denk ik.
  • De tweede was een kostprijsbepaling. Daarbij heb ik zoals het een goed boekhouder/bedrijfskundige past, een beetje gefoefeld. Ik wist immers niet meer helemaal zeker wat ik wel en wat ik niet mocht meenemen in mijn prijsbepaling. Ik heb zeer zeker een aantal goede dingen neergeschreven, maar ongetwijfeld ook wel wat slechte. Het is dus kantje boordje bij deze vraag.

Achteraf gezien was het geen goed examen, maar ook geen slecht. Het was zo eentje waarvan je je later niet meer zal herinneren dat je het gedaan hebt, omdat het geen uitschieter was noch in deze noch in gene zijde van de helft. Ik ga er dan ook van uit dat ik geslaagd ben voor Bedrijfskunde en dat ik nog steeds in de running ben voor een eerste zit.

Om er een cijfer op te plakken: een 11 zou ik billijk vinden.