Ik lees: Divina Commedia – Dante Aleghieri

“Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt!”

Ik was in dit boek de voorbije twee jaar al terug in begonnen maar merkte gauw dat een krokusvakantie niet volstaat om het boek, zelfs nog maar een derde ervan, uit te krijgen. Deze lange (drie maanden lange) zomer, vond ik de tijd gekomen om een klassieker uit mijn boekenkast te halen: La Divina Commedia (De goddelijke komedie) van Dante Aleghieri, destijds een verplicht werk bij Mr. Dirk ‘Bolo’ Claeys in de donkere krochten van het vijfdemiddelbaarse Sint-Romboutscollege. La Divina Commedia hoort met recht en rede tot de grote werken uit de Europese literatuur, naast Vergilius, Homerus, Shakespeare en andere groten.

Dit is de setting:

Op het midden van zijn leven gekomen, bevindt Dante Aleghieri, een dichter en staatsman uit Firenze, zich in een donker woud. Hij ziet een hoge berg en wil daarheen gaan maar zijn weg wordt versperd door een aantal wilde dieren: een leeuw, een panter en een wolvin. Plots verschijnt Vergilius, de grote Romeinse dichter aan hem. Deze neemt hem mee op een tocht doorheen het hiernamaals

Allereerst wordt hij doorheen de hel geleid waar de zondaars die tijdens hun leven geen berouw toonden op verschrikkelijke wijze, volgens de door Dante verzonnen ‘contrapasso’ (de straf staat in verhouding met de zonde): de tragen worden achterna gezeten door woeste honden, de trotsen worden door hun loden kappen gedwongen nederig naar de grond te kijken, en zo verder.

Nadat ze via Lucifer, de leider van de opstandige engelen en beter bekend als ‘De duivel’, die in de diepste hellekring resideert, gepaseerd zijn, beginnen ze aan de beklimming van de Louteringsberg, qua concept gelijk aan ‘het Vagevuur’. Hier boeten zondaars die berouw toonden voor hun zondige leven, hun zonden uit (vaak een aantal eeuwen per zonde) voor ze naar de hemel kunnen opstijgen.

In de hemel ontmoet Dante één en al gelukzaligheid. Na door de verschillende hemelsferen, die gelijkstaan met de toenmalige planeten zoals de maan, de zon, de vaste sterren, gereisd te zijn, aanschouwt Dante het Empyreum, de plek waar God resideert, omkranst door de heiligen en andere gelukzalige zielen uit de hemel.

Het hele werk begrijpen, zal ik nooit kunnen, daarvoor zou ik het minstens tien keer na elkaar moeten lezen. Het staat vol van getallensymboliek (de heilige getallen 3, 7 en 10), metaforen en allegorische voorstellingen, maatschappijkritiek (de strijd in Italië tussen Duitse keizer en Romeinse paus, het moreel verval in zijn geboortestad Firenze). Daarnaast biedt het boek ook een goed beeld van de wetenschappelijke kennis in die tijd en hoe de toenmalige feiten door de wetenschappers vanuit een theologische invalshoek verklaard werden. Een voorbeeld van deze theologische inspiratie ligt in het feit dat de Grieks-Romeinse mythologie (Odysseus, Jason, Aeneas en andere grootheden) verzoend worden met het christendom. Ook de grote Griekse denkers als Aristoteles en Plato, Socrates en Zeno, worden verklaard vanuit een christelijke invalshoek.

Het boek is er een voor de meerwaardezoeker die niet zo’n pulplectuur wil verwerken als ‘De dokter is een meisje’ en andere stationsromannetjes. Het boek kan op vele manieren gelezen worden. Niet alleen zijn er verschillende invalshoeken, maar ook verschillende schrijfwijzen. Je kan het in prozavorm lezen of in dichtvorm. Mijns inziens is alleen de originele versie, die in het middeleeuws Italiaans, geschikt om in dichtvorm te lezen, dus voor de échte liefhebbers…

Maar dus: een aanrader.

Voor de twijfelaars nog de bloggermanier:

1. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5de zin.

Nooit liep water, om het rad van een molen te laten draaien, met zo’n snelheid door een kanaal, zelfs niet op het punt waar het vlak bij de schoepen komt, als mijn meeter daar langs die helling naar beneden schoot.

2. Post nu de volgende drie zinnen.

En daarbij drukte hij mij aan zijn borst alsof ik zijn zoon en niet zijn metgezel was. Nauwelijks hadden zijn voeten de bedding van de gracht bereikt of de demonen verschenen op de rand boven ons. Maar we hoefden ons geen zorgen meer te maken, want de goddelijke voorzienigheid, die hen als opzichters over de vijfde ringgracht hadden aangesteld, had hun ook de mogelijkheid ontnomen om vandaar weg te gaan.

En nu maar hopen dat dit niet contraproductief werkte door lange zinnen (die een Latinist moet liefhebben).

Bronnen
Internet Book List
(http://www.iblist.com/book6447.htm)
Wikipedia
(http://en.wikipedia.org/wiki/Divina_commedia)

Nostalgie is een monster…

… want welke jongeman van twintig doet dit nu…

(en o ja: Oude afleveringen van Samson en Gert: hier en hier)

Geplaatst in Nostalgie. Categorie: . Leave a Comment »

The creation of friendly ants by means of intelligent selection

Het zou zo weggelopen kunnen zijn uit een lijst van titels van thesissen Biologie door de jaren heen: een gek onderzoek waar een gemiddelde niet-bioloog raar van opkijkt. De titel van deze blogpost geeft ook perfect weer hoe mijn blog meer en meer in een vicieuze cirkel terecht komt: oninteressante blog -> geen lezers -> ik trek mij niets aan van lezers en schrijf wat ik wil -> nog oninteressantere blog.

Maar goed, even over het geniale idee dat daarnet aan mijn wicked mind ontsproot:

We kennen het allemaal. We liggen met vriend(en) en/of vriendin(nen) gezellig in de zon op een grasveldje in een park, wat te zonnen, wat te slapen, wat te studeren…

Na verloop van tijd geworden we voor de lokale insectenpopulatie tot onderdeel van de omgeving en worden we massaal bekropen door ongevaarlijke beestjes. Ongevaarlijk? Ja! Totdat ze in je kleren beginnen kruipen en beginnen te panikeren omdat ze geen uitweg zien.

Een dier dat in paniek is, is -omdat de natuurlijke selectie daarvoor heeft gezorgd- erg gevaarlijk: ze proberen zich een weg naar buiten te vechten. In het geval van mieren: ze bijten in de hoop dat ze op magische wijze uit je t-shirt vallen. Iedereen zal het beamen, zo’n mierenbeet kan serieus jeuken, vooral als het er een paar op korte afstand van elkaar zijn en je hele bovenarm rood uitslaat.

Daarom mijn plan: als een mier bijt: dood ze meteen, als ze niet bijt: zet ze braafjes terug op het gras en laat ze vooral veel kleine miertjes krijgen. Op die manier verkrijgen we aan de hand van intelligent design binnen een paar miljoen jaar misschien een ras van vriendelijke mieren die niet zomaar voor amebtante mierenbeten zorgen, mieren die in harmonie leven met de in-het-park liggende mens.

Mogelijk doctoraatsonderzoek: geldt dit ook voor spinnen en netels?