Nummer 6: Regeltechniek

De allerlaatste van weer een lange en slopende examenperiode werd Regeltechniek van Prof. Swevers en Prof. De Schutter. Na twee dagen herhalen en een pak filters allerhande ontwerpen, achtte ik mij in staat om het examen af te leggen en vertrok ik voor de laatste slachtbank van het semester.

Het examen ging vrij goed: een vraag redelijk, een vraag redelijk goed en een vraag goed wist ik achteraf te zeggen. Op naar een 12 of 13?

Gedaaaaaaaaaaaaan! :)

Nummer 5: Numerieke modellering in de mechanica

Nummer 5, de voorlaatste werd vandaag Numerieke modellering in de mechanica van Prof. Baelmans (eindige differenties en eindige volumes) en Prof. Desmet (eindige elementen). Deze keer had ik vier dagen om mijn examen voor te bereiden en dat was meer dan genoeg.

Toen ik de vragen kreeg was ik meteen in mijn nopjes. Die van Baelmans had ik al eens thuis opgelost en één van de twee vragen van Desmet ook. De andere leek me niet meteen de gemakkelijkste, maar na wat bladeren in de cursus bleek ook die niet echt zo heel moeilijk te zijn.

De mondelinge verdediging ging, doordat ik een goede voorbereiding had gemaakt, vlot. Een aantal kleine foutjes die ik gemaakt had, kon ik rechttrekken, een paar kleine bijvraagjes vond ik, een paar niet, story of my life.

Ik zou een 14 wel billijk vinden, het voelde toch als een 14 aan…

Nog eentje!

Nummer 4: Milieuproblemen en -technieken

Na een luttel dagje goed doorleren leek ik klaar voor mijn vierde examen, Milieuproblemen en -technieken van Prof. ‘Crazy’ (toch volgens sommigen) Carlo Vandecasteele. Veel valt er niet over te vertellen. Op de drie kwartier dat ik aanwezig was op het examen (dat vier uur zou duren volgens het rooster) vulde ik de drie betrekkelijk heel erg eenvoudige zonder al te veel problemen in waarna ik nog een kwartier rondkeek à la ‘ik kan nu toch nog niet doorgaan’ om uiteindelijk na drie kwartier toch maar te gaan afgeven.

Het zou me verbazen als het minder is dan een 14, dan zou ik zelfs een teleurgesteld man zijn.

Nog twee: volgende maandag een voormiddagje Baelmans en Desmet en de donderdag erop een voormiddagje Swevers en De Schutter.

Nummer 3: Aërodynamica

Slechts drie dagen na mijn onderonsje met Prof. Vandepitte vrijdag, was het vandaag weer presteertijd. Dit keer moest ik de genaamden Baelmans en Meyers mijn kennis van respectievelijk de supersone en subsone aërodynamica bewijzen op een examen waar ik op voorhand redelijk wat schrik voor had omdat het heel hard kon tegenvallen.

Over het algemeen viel het echter goed mee: mijn theorievraag (die naar mijn mening wel veel te uitgebreid was vermits je de halve cursus erbij kon betrekken) was vrij goed, de mondelinge verdediging soms wat minder, maar niet vreselijk slecht. Eén oefening heb ik volledig gevonden. Mijn oplossing strookte met de grafiek die ter controle (en ter uitleg van een effect uit de realiteit) was gegeven. De andere is waarschijnlijk ook goed (hoewel ik niet helemaal zelf snap wat ik nu juist uitgestoken heb. Mijn schriftelijke theorievraag was een beetje zeveren, hopelijk genoeg in de pot en niet teveel errond, hopelijk niet te algemeen, maar ook niet te precies.

Ik zou dan ook een 14 wel zien zitten, maar met een 12 kan ik mij al (een beetje dan toch) een tevreden man noemen vermits ik toch wel de oefeningen kreeg die ik abso-zeker-weten-luut niet wou hebben en het er toch aardig vanaf heb gebracht.

Nu is het in gestrekte draf op naar woensdag wanneer ik alweer aan de bak moet, dit keer met Milieuproblemen en -technieken, vanbuiten blokken dus.

Nummer 2: Elasticiteits- en plasticiteitsleer

Het tweede van de zes (en dus de kaap van ‘één derde afgelegd’) lag vanmorgen te wachten in de gebouwen van Werktuigkunde. Prof. Vandepitte (en Prof. Degrande die ik nog nooit gezien had), hadden drie vraagjes voorbereid die mijn kennis van het elastische en het iets plastischere zouden moeten ondervragen.

De theorievraag ging goed. Een paar onvolledigheden en een klein foutje hier en daar, maar het een en ander nog kunnen rechtzetten in het mondelinge gedeelte. De eerste oefening had ik, dacht ik, goed gedaan. Ergens was mijn redenering echter ontspoord met als gevolg dat een derde van de vraag goed voor de vuilbak was. De tweede oefening was iets minder moeilijk maar daar heb ik het mijzelf moeilijk gemaakt. Op het einde verzoop ik in het rekenwerk waardoor ik de vraag niet helemaal meer kon oplossen en ik de laatste puntjes moest beantwoorden in de aard van “zo gaat het verder, maar dat is niet meer numeriek uitgewerkt”.

Over het algemeen heb ik een aardig examen afgelegd. Geen uitschieter in de hoogte, maar ook geen in de laagte. Normaal gezien ben ik er wel door tenzij Vandepitte en Degrande mij met hun vriendelijkheid een verkeerd beeld hebben gegeven. Een getal erop plakkend, zou een 12 ok zijn.

Nummer 1: Mechanische aandrijvingen

Het is alweer tijd voor de achtste examenperiode uit mijn academische carrière. Het begin werd verzorgd door Prof. E. Van den Bulck (Verbrandingsmotoren) en Prof. H. Van Brussel (Pneumatische en hydraulische aandrijvingen) voor het clustervak Mechanische aandrijvingen. Een goed examen zou me op weg zetten naar een mooi februariresultaat en misschien naar een grote grote vakantie.

Op voorhand was ik een tikkeltje bang voor het examen, alleen al omdat het mondeling bij mijn goede vriend Eddy (of is het nu Eric) was en omdat het mondelinge deel gesloten boek was (wat betekende dat je de erg grote cursus dus wel degelijk grotendeels vanbuiten moet kunnen). Ik had mijn best gedaan om er zoveel mogelijk ingestampt te krijgen en hoopte dat dat, in combinatie met wat ik voor Van Brussel had gedaan, genoeg zou zijn.

Het examen begon voor mij met de vragen van Van Brussel. Het lukte redelijk goed, ik kon er vrij snel doorgaan en ging ervan uit dat mijn oplossingen ook in orde waren. Om mijn antwoorden te verdedigen moest ik wachten, want ik stond vroeger op Van den Bulck’s lijst dan op die van Van Brussel.

Toen ik mijn antwoorden voor Van Brussel een laatste keer overlezen had, kwam Van den Bulck met zijn vragen. Lichte wanhoop maakte zich van mij meester toen ik zijn vragen zag maar ik besloot er het beste van te maken: zoals verwacht gingen de vragen niet echt over de cursus maar . Na een veertigtal minuten was het aan mij en kon ik laten zien dat ik toch een beetje had opgestoken van de cursus. Dat was echter niet zo bijster veel, mijn eerste vraag ging grotendeels de mist in, de bijvragen waren ook niet helemaal spek naar mijn bek (behalve die paar kleine rechtzettingen die ik toch kon doen), mijn tweede vraag was al iets beter maar ook niet schitterend. Het was beter dan vorige keer (nu heb ik tenminste nog iets juist kunnen zeggen), maar goed was het allerminst.

Gelukkig ging het bij Van Brussel beter. Hij had een paar vraagjes bij mijn cascadeschakeling, maar aanvaardde het uiteindelijk. Eén van zijn bijvraagjes bleven onbeantwoord. Mijn hydraulisch systeem was beter. Ook zijn bijvragen kon ik (soms een beetje gokkend) beantwoorden.

Moraal van het verhaal: het zou er wel door moeten zijn, tenzij Van den Bulck heel vies gaat doen. In dat geval hoop ik op een deelvrijstelling (ik weet neit meer of ik dat gehoord of gedroomd heb) voor Pneumatische. Om er een getal op te plakken: een 11 zoals vorige keer met Van den Bulck zou mij mateloos plezieren.