Het zou zo weggelopen kunnen zijn uit een lijst van titels van thesissen Biologie door de jaren heen: een gek onderzoek waar een gemiddelde niet-bioloog raar van opkijkt. De titel van deze blogpost geeft ook perfect weer hoe mijn blog meer en meer in een vicieuze cirkel terecht komt: oninteressante blog -> geen lezers -> ik trek mij niets aan van lezers en schrijf wat ik wil -> nog oninteressantere blog.
Maar goed, even over het geniale idee dat daarnet aan mijn wicked mind ontsproot:
We kennen het allemaal. We liggen met vriend(en) en/of vriendin(nen) gezellig in de zon op een grasveldje in een park, wat te zonnen, wat te slapen, wat te studeren…
Na verloop van tijd geworden we voor de lokale insectenpopulatie tot onderdeel van de omgeving en worden we massaal bekropen door ongevaarlijke beestjes. Ongevaarlijk? Ja! Totdat ze in je kleren beginnen kruipen en beginnen te panikeren omdat ze geen uitweg zien.
Een dier dat in paniek is, is -omdat de natuurlijke selectie daarvoor heeft gezorgd- erg gevaarlijk: ze proberen zich een weg naar buiten te vechten. In het geval van mieren: ze bijten in de hoop dat ze op magische wijze uit je t-shirt vallen. Iedereen zal het beamen, zo’n mierenbeet kan serieus jeuken, vooral als het er een paar op korte afstand van elkaar zijn en je hele bovenarm rood uitslaat.
Daarom mijn plan: als een mier bijt: dood ze meteen, als ze niet bijt: zet ze braafjes terug op het gras en laat ze vooral veel kleine miertjes krijgen. Op die manier verkrijgen we aan de hand van intelligent design binnen een paar miljoen jaar misschien een ras van vriendelijke mieren die niet zomaar voor amebtante mierenbeten zorgen, mieren die in harmonie leven met de in-het-park liggende mens.
Mogelijk doctoraatsonderzoek: geldt dit ook voor spinnen en netels?
