Nummer 5: Numerieke modellering in de mechanica

Nummer 5, de voorlaatste werd vandaag Numerieke modellering in de mechanica van Prof. Baelmans (eindige differenties en eindige volumes) en Prof. Desmet (eindige elementen). Deze keer had ik vier dagen om mijn examen voor te bereiden en dat was meer dan genoeg.

Toen ik de vragen kreeg was ik meteen in mijn nopjes. Die van Baelmans had ik al eens thuis opgelost en één van de twee vragen van Desmet ook. De andere leek me niet meteen de gemakkelijkste, maar na wat bladeren in de cursus bleek ook die niet echt zo heel moeilijk te zijn.

De mondelinge verdediging ging, doordat ik een goede voorbereiding had gemaakt, vlot. Een aantal kleine foutjes die ik gemaakt had, kon ik rechttrekken, een paar kleine bijvraagjes vond ik, een paar niet, story of my life.

Ik zou een 14 wel billijk vinden, het voelde toch als een 14 aan…

Nog eentje!

Nummer 4: Milieuproblemen en -technieken

Na een luttel dagje goed doorleren leek ik klaar voor mijn vierde examen, Milieuproblemen en -technieken van Prof. ‘Crazy’ (toch volgens sommigen) Carlo Vandecasteele. Veel valt er niet over te vertellen. Op de drie kwartier dat ik aanwezig was op het examen (dat vier uur zou duren volgens het rooster) vulde ik de drie betrekkelijk heel erg eenvoudige zonder al te veel problemen in waarna ik nog een kwartier rondkeek à la ‘ik kan nu toch nog niet doorgaan’ om uiteindelijk na drie kwartier toch maar te gaan afgeven.

Het zou me verbazen als het minder is dan een 14, dan zou ik zelfs een teleurgesteld man zijn.

Nog twee: volgende maandag een voormiddagje Baelmans en Desmet en de donderdag erop een voormiddagje Swevers en De Schutter.

Nummer 3: Aërodynamica

Slechts drie dagen na mijn onderonsje met Prof. Vandepitte vrijdag, was het vandaag weer presteertijd. Dit keer moest ik de genaamden Baelmans en Meyers mijn kennis van respectievelijk de supersone en subsone aërodynamica bewijzen op een examen waar ik op voorhand redelijk wat schrik voor had omdat het heel hard kon tegenvallen.

Over het algemeen viel het echter goed mee: mijn theorievraag (die naar mijn mening wel veel te uitgebreid was vermits je de halve cursus erbij kon betrekken) was vrij goed, de mondelinge verdediging soms wat minder, maar niet vreselijk slecht. Eén oefening heb ik volledig gevonden. Mijn oplossing strookte met de grafiek die ter controle (en ter uitleg van een effect uit de realiteit) was gegeven. De andere is waarschijnlijk ook goed (hoewel ik niet helemaal zelf snap wat ik nu juist uitgestoken heb. Mijn schriftelijke theorievraag was een beetje zeveren, hopelijk genoeg in de pot en niet teveel errond, hopelijk niet te algemeen, maar ook niet te precies.

Ik zou dan ook een 14 wel zien zitten, maar met een 12 kan ik mij al (een beetje dan toch) een tevreden man noemen vermits ik toch wel de oefeningen kreeg die ik abso-zeker-weten-luut niet wou hebben en het er toch aardig vanaf heb gebracht.

Nu is het in gestrekte draf op naar woensdag wanneer ik alweer aan de bak moet, dit keer met Milieuproblemen en -technieken, vanbuiten blokken dus.

Nummer 2: Elasticiteits- en plasticiteitsleer

Het tweede van de zes (en dus de kaap van ‘één derde afgelegd’) lag vanmorgen te wachten in de gebouwen van Werktuigkunde. Prof. Vandepitte (en Prof. Degrande die ik nog nooit gezien had), hadden drie vraagjes voorbereid die mijn kennis van het elastische en het iets plastischere zouden moeten ondervragen.

De theorievraag ging goed. Een paar onvolledigheden en een klein foutje hier en daar, maar het een en ander nog kunnen rechtzetten in het mondelinge gedeelte. De eerste oefening had ik, dacht ik, goed gedaan. Ergens was mijn redenering echter ontspoord met als gevolg dat een derde van de vraag goed voor de vuilbak was. De tweede oefening was iets minder moeilijk maar daar heb ik het mijzelf moeilijk gemaakt. Op het einde verzoop ik in het rekenwerk waardoor ik de vraag niet helemaal meer kon oplossen en ik de laatste puntjes moest beantwoorden in de aard van “zo gaat het verder, maar dat is niet meer numeriek uitgewerkt”.

Over het algemeen heb ik een aardig examen afgelegd. Geen uitschieter in de hoogte, maar ook geen in de laagte. Normaal gezien ben ik er wel door tenzij Vandepitte en Degrande mij met hun vriendelijkheid een verkeerd beeld hebben gegeven. Een getal erop plakkend, zou een 12 ok zijn.

Nummer 1: Mechanische aandrijvingen

Het is alweer tijd voor de achtste examenperiode uit mijn academische carrière. Het begin werd verzorgd door Prof. E. Van den Bulck (Verbrandingsmotoren) en Prof. H. Van Brussel (Pneumatische en hydraulische aandrijvingen) voor het clustervak Mechanische aandrijvingen. Een goed examen zou me op weg zetten naar een mooi februariresultaat en misschien naar een grote grote vakantie.

Op voorhand was ik een tikkeltje bang voor het examen, alleen al omdat het mondeling bij mijn goede vriend Eddy (of is het nu Eric) was en omdat het mondelinge deel gesloten boek was (wat betekende dat je de erg grote cursus dus wel degelijk grotendeels vanbuiten moet kunnen). Ik had mijn best gedaan om er zoveel mogelijk ingestampt te krijgen en hoopte dat dat, in combinatie met wat ik voor Van Brussel had gedaan, genoeg zou zijn.

Het examen begon voor mij met de vragen van Van Brussel. Het lukte redelijk goed, ik kon er vrij snel doorgaan en ging ervan uit dat mijn oplossingen ook in orde waren. Om mijn antwoorden te verdedigen moest ik wachten, want ik stond vroeger op Van den Bulck’s lijst dan op die van Van Brussel.

Toen ik mijn antwoorden voor Van Brussel een laatste keer overlezen had, kwam Van den Bulck met zijn vragen. Lichte wanhoop maakte zich van mij meester toen ik zijn vragen zag maar ik besloot er het beste van te maken: zoals verwacht gingen de vragen niet echt over de cursus maar . Na een veertigtal minuten was het aan mij en kon ik laten zien dat ik toch een beetje had opgestoken van de cursus. Dat was echter niet zo bijster veel, mijn eerste vraag ging grotendeels de mist in, de bijvragen waren ook niet helemaal spek naar mijn bek (behalve die paar kleine rechtzettingen die ik toch kon doen), mijn tweede vraag was al iets beter maar ook niet schitterend. Het was beter dan vorige keer (nu heb ik tenminste nog iets juist kunnen zeggen), maar goed was het allerminst.

Gelukkig ging het bij Van Brussel beter. Hij had een paar vraagjes bij mijn cascadeschakeling, maar aanvaardde het uiteindelijk. Eén van zijn bijvraagjes bleven onbeantwoord. Mijn hydraulisch systeem was beter. Ook zijn bijvragen kon ik (soms een beetje gokkend) beantwoorden.

Moraal van het verhaal: het zou er wel door moeten zijn, tenzij Van den Bulck heel vies gaat doen. In dat geval hoop ik op een deelvrijstelling (ik weet neit meer of ik dat gehoord of gedroomd heb) voor Pneumatische. Om er een getal op te plakken: een 11 zoals vorige keer met Van den Bulck zou mij mateloos plezieren.

De slotsom

Vorige maandag kon ik vol verbazing aanhoren dat ik geslaagd was en voortaan dus de titel Bachelor in de Ingenieurswetenschappen Elektrotechniek-Werktuigkunde aan mijn prille cv mocht toevoegen. Nadat ik zelf de punten nog eens nagekeken had toen ik thuiskwam, kon ik het pas echt geloven.

Dit zijn de resultaten:

Vaknr. Vak Res. Verw. res. Sp.
H01G3A Bedrijfskunde 14 11 6
H01L6A Digitale signaalverwerking, deel 1 13 12 of 13 3
H01M1A Elektromagnetische golven 16 13 à 15 3
H01M5A Halfgeleidercomponenten 13 12 6
H01N6A Fluïdummechanica en Warmteoverdracht 11 6 of minder 6
H01Q0A Geïntegreerd practicum nevenrichting werktuigkunde 15 13 4
H01Q0A P&O Hoofdrichting Elektrotechniek 14 14 8

Wat opvalt is dat de punten die ik heb gehaald (op een uitzondering na) steevast een paar punten hoger liggen dan wat ik geschat had. Kennelijk was dit de examenperiode van de zelfonderschatting, want dit resultaat mag er zeer zeker zijn.

De punten op de P&O’s zijn goed en volledig wat ik ervoor verwachte, in verhouding dus met wat ik ervoor gepresteerd heb doorheen het jaar.

De 11 of Fluïdummechanica en Warmteoverdracht mag een klein mirakel genoemd worden. Mijn oefeningen moeten de vrij situatie goed rechtgetrokken hebben en ik vermoed dat mijn schriftelijke voorbereidingen toch nog bekeken en verbeterd zullen geweest zijn en mij aldus ook nog een paar punten hebben opgeleverd.

Bedrijfskunde, DSP en Halfgeleidercomponenten zijn goed, maar vooral op mijn resultaat voor EMG ben ik zeer tevreden.

Achteraf gezien kan ik niet anders dan tevreden zijn. Mijn leren haalde ook nu niet het niveau van het tweede jaar en ik merkte dat ik veel lessen gebrost had dit semester. Ik had eigenlijk dus tweede zit verdiend. Als ik nog even muggezifterig ben, vind ik het wel jammer dat ik mijn doel (onderscheiding) door een slechtere examenperiode in januari niet meer heb kunnen halen. Maar voor de Master (God weet welke dat zal zijn) ga ik er weer volledig voor.

Geplaatst in Examens. Categorie: . 1 reactie »

Nummer 5: Halfgeleidercomponenten

Vandaag was het tijd voor mijn laatste van deze examenperiode (en met zeer lage waarschijnlijkheid de laatste van dit academiejaar). Dit keer mocht ik proberen mijn pappie’s IMEC-vriendjes te overtuigen van mijn kennis van Halfgeleidercomponenten zoals de diode, de verschillende transistortypes en fotonische componenten.

Op voorhand had ik redelijk wat schrik voor dit examen: niet alleen zou het een mondeling examen zónder schriftelijke voorbereiding zijn (auch…), ook was het niet meteen het makkelijkste vak, integendeel zelfs, ze hadden het moeilijkste voor het laatste bewaard.

De oefeningen vielen mee, daar heb ik hoogstwaarschijnlijk wel de helft en meer op. De theorie was zoals altijd lastiger omdat dat deel modeling was. Ik heb redelijk wat zinnige dingen gezegd, maar ik vrees dat de diepgang bij momenten een beetje ontbrak.

On verra, een 12 zou mij volstaan, een 10 pleziert mij al mateloos :)
Nu minstens drie weekjes niets doen

Nummer 4: Digitale signaalverwerking Deel 1

Vandaag was het tijd voor de voorlaatste, Digitale signaalverwerking van Patrick Wambacq (of hoe je het ook schrijft). Omdat ik goedgeluimd ben, wil ik voor de liefhebbers nog eens een motto van stal halen: DAC was kak, DSP (of DSV, hangt er vanaf of je in het Engels of in de Nederlandse wereldtaal afkort) viel wel mee. Daarmee is meteen ook gezegd hoe het examen is gegaan: niet schitteren, maar het viel wel mee.

De eerste vraag zat bij de 20 vragen die ik al studerend had voorbereid, uitgaande van het feit dat hij nogal vaak hetzelfde durft te vragen. Het was dan ook een vraag uit de mij bekende lijst, die bijeengeraapt is in de tijd dat het examen nog mondeling was (en er dus veel verschillende vragen per jaar gesteld moesten worden). Ik heb ze dan ook (bijna) vanbuiten kunnen oplossen vermits ik een mooi neergeschreven versie had ingestudeerd.

Vraag twee was iets minder. Het ging over een deel van de cursus dat ik niet echt snapte (zoals velen wist ik de klok wel hangen, maar snapte ik niet goed wat de klepel daarin te doen had, of zoals Pietje Bell ooit als strafwerk schreef: Ik had de kok wel horen fluiten dat hij niet wist waar de lepel hing). Ik heb me daar dan ook een beetje door moeten zeveren, redelijk juiste dingen gedaan, maar niet helemaal op het einde geraakt omdat ik niet genoeg snapte wat er eigenlijk in alle tussenstappen diende te gebeuren.

De oefening was dan weer wel goed. Niet dat ze erg moeilijk was, het was een typisch digitaal systeem waarvan ik er ondertussen al genoeg heb gezien (Lineaire Algebra in het eerste jaar, Systeemtheorie en regeltechniek in het tweede jaar) waarop allerlei berekeningen moesten gebeuren, waarvan verschillende implementatievormen moesten gegeven worden en zo verder.

Je hoort het, ik ben betrekkelijk tevreden. Ik heb een redelijk examen gedaan (niet slecht, zelfs eerder naar de goede kant volgens de standaarden die de vorige examens van deze periode gezet hebben) en hoop dat ik beloond word met een 12 of een 13 (hoewel ik al lang blij ben als ik dit vak niet nog eens opnieuw moet afleggen).

Nog eentje te gaan, maar wel de vieste van al: Halfgeleidercomponenten

Nummer 3: Fluïdummechanica en Warmteoverdracht

Vandaag was het tijd om mijn kennis van de fluïdummechanica en de warmteoverdracht te bewijzen aan respectievelijk de proffen William D’haeseleer (die ooit door Johan Vandelanotte in Ter Zake een leugenaar genoemd werd) en Eric (Eddy) Van den Bulck.

Na een verontrustende droom vannacht (iets met niets kunnen van een examen bij D’haeseleer die voor de gelegenheid zijn Leopold II-baard had afgeschoren), dacht ik nog steeds dat het wel zou lukken, dat ik rond een uur of 12 vrolijk zou buitenlopen omdat ik er nipt doorgeraakt was. Helaas, niets is (waarschijnlijk) minder waar.

Het begon al toen ik de mondelinge vraag van Warmteoverdracht onder mijn ogen kreeg. Hoewel het een van de vragen was die ik het meest zag zitten (uitgaande van wat hij kon vragen), liep het al snel de soep in. Ik wist van ver wel waarover het ging, maar toen ik het moest beginnen uitschrijven, geraakte ik niet waar ik moest geraken. Ik ging dan maar verder met mijn twee oefeningen die beiden gelukt zouden moeten zijn. Nadat ik mijn mondeling van Fluïdummechanica (zie zo meteen) en anderhalf uur had gewacht tot het aan mij was (waarin ik stilaan was beginnen panikeren), was het eindelijk aan mij om het te gaan uitleggen aan Van den Bulck. Helaas, een black out was mij ten deel gevallen. Ik kon niets zinnig meer uitbrengen, ik kon zelfs het weinige dat ik op mijn blad had geschreven niet meer uitleggen. Alles was weg, ik kon er geen bal meer van.

Als Fluïdummechanica nu vlot gegaan was, had ik misschien nog kunnen leven met zo’n rampzalig mondeling voor Warmteoverdracht, maar ik vrees dat ook dit deel een kleine ramp is. De vragen waren niet meteen mijn favorieten (afgaande op de examenvragen van vorige jaren), maar ik dacht dat ik me er wel zou doorslaan. Ook hier viel dat dik tegen. In plaats van mijn voorbereiding te lezen en te zien dat ik de grote lijnen verstaan had, stelde hij een vijftal detailvragen die mij erg detaillistisch voorkwamen. Als je weet dat ik er daar slechts één op een redelijke manier van kon beantwoorden tot mijn eigen domme fout, want sommige waren heel erg logisch. Maar ja, eens ik begin te panikeren…

Zoals je leest was het dus een kleine ramp. Ik zou mezelf er niet doorlaten als ik mezelf moest quoteren, ik zou mezelf zelfs geen delibereerbaar resultaat geven om te zorgen dat ik het vak nog eens (hopelijk beter) moet afleggen in januari. Uitgaande dat een prof op een analoge manier redeneert, denk ik dat dit examen qua resultaat ten hoogste een 6 beschoren is.

Gelukkig had ik mijn vriendinnetje die me wat heeft kunnen opbeuren, want anders was ik erg donderwolkerig geweest voor de rest van de dag.

Nummer 2: Elektromagnetische golven

Vandaag was het tijd voor nummer twee, Elektromagnetische golven. Velen voelden dit aan als vier uurtjes werken zodat ‘The Brain‘ de wereld binnenkort kan overnemen.

Op voorhand had ik al een goed gevoel over dit examen. De oefeningen gingen vlot, de examenvragen van vorig jaar gingen vlot, dan zou het examen ook wel vlot moeten gaan, nam ik aan. Een mens zou dan denken dat ik heel relaxed aan het examen zou kunnen beginnen maar niets is minder waar…

Ik was om 7u30 thuis vertrokken zodat ik nog een beetje marge had, mocht er iets fout lopen onderweg, en ja, O vervloekte Murphy, het was van dat. Door de zware regenval liep het verkeer erg stroef en stonden er overal aanzienlijke files. Naarmate 8u30 dichter en dichter kwam, begon ik meer en meer mijn ‘kas op te fretten’ want wat als ik te laat zou zijn… Gelukkig had ik uiteindelijk nog vijf minuten over, maar het is heel nipt geweest.

Nog volledig onder de stress, begon ik aan het examen. Daarbij komt dan nog dat ik de eerste vijf minuten een DAC-gevoel gevoel had. (Voor de duidelijkheid: ik was in januari gebuisd op DAC, een examen dat afschuwelijk slecht gegaan was). Drie vragen, groen papier, 200G-aula, vragen die op het eerste zicht er redelijk ambetant uitzagen…

Uiteindelijk ben ik begonnen aan de derde vraag die mij de eenvoudigste vraag leek. Die kon ik vrij vlot oplossen. Vervolgens heb ik de eerste afgewerkt en daarna de tweede, allemaal zonder érg grote problemen. Ik zal hier en daar wel een foutje gemaakt hebben, maar over het algemeen zou dit een goed examen moeten zijn. Meteen na het examen dacht ik aan een 15 maar mijn ervaring leert dat ik daar 1 à 2 puntjes af moet doen. Een aardige prognose is in mijn ogen dus een 13.