Daarnet bij het opruimen van mijn laptop nog een oude tekst gevonden die ik geschreven had voor de ‘Orde van en Prince’-wedstrijd in 2005. Vermits ik toen een mooie vierde plaats uit de brand sleepte, en ik die tekst eigenlijk altijd al eens wou publiceren, zie ik dit als een mooie gelegenheid.
Ik heb hem niet aangepast, ook al wou ik dat graag (er staan dingen in waar ik me stilistisch gezien niet meer in kan vinden). Zo bewaar ik de authenticiteit.
De tekst is een dagboekfragment van Troy, een 18-jarige jongen die leeft in het Vlaanderen van 2055.
Pff… dit was me het dagje wel. Vréselijk moeilijk – zeg maar aartsmoeilijk, om het met een woordspeling te zeggen – examen Terraans gehad. Ik had er nochtans hard voor geleerd (wat ook nodig is voor Terraans), maar het vak is gewoon keer op keer een persoonlijke ramp, ik kan alleen hópen dat ik erdoor zal zijn (of misschien de ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs, die mijn examen verbetert, een beetje… “bewerken”). De VN weet nog niet half hoeveel studentenleed ze hebben veroorzaakt. Een volledig nieuwe taal uitvinden, die geen enkel uitstaans heeft met de ettelijke grote taalgroepen die onze planeet rijk is? Volgens mij zijn de mensen die bij het VN-consulaat van Taal en Letteren werken niet van de snuggerste…
Maar soit, als ik op het einde van dit schooljaar (zijnde dertig november, als ik mij niet vergis) mijn diploma heb, kan ik eindelijk gaan studeren. Daar kijk ik al naar uit sinds mijn vijftiende. In afwachting van dat diploma pluis ik al de aanbiedingen van de grote Europese universiteiten – waar mijn mailbox momenteel van uitpuilt – uit: de PUE (Presidential University Eton), de VEUB (Vrijzinnige Europese Universiteit Brussel), UP (Université Parisienne) en nog zovele andere universiteiten willen dat ik mijn studentenlot aan hen verbind.
Maar wat kan dat alles mij momenteel schelen? Er is slechts één ding dat me momenteel bezighoudt: Elyssa heeft me meegevraagd naar de fuif van onze leergroep. Elyssa is het enige Vlaamse meisje in mijn leergroep (wat al meteen een band schept). Ze is lief, vriendelijk, intelligent, knap, eigenlijk alles wat je hoopt te vinden in dat éne, ideale meisje. We hebben afgesproken om samen naar Parijs te sporen (daar gaat het feestje immers door). Eigenlijk had het feestje nog veel verder mogen plaatsvinden, immers, we moeten nu máár een half uurtje sporen (we gaan met de Magtrain, de Kogtrain is iets te duur voor ons bescheiden studentenbudget). Als de fuif nu maar in Peking was… Dan was iedereen tevreden. Lahng kon met zijn biofiets gaan en ik kon twee uur met Elyssa in een shuttlepod zitten. Dat zouden de twee meest geweldige uren zijn van de hele fuif, zelfs nog voor de fuif goed en wel begint. Twee uren zouden voor ons geweldig zijn (ik denk niet dat er in onze 21e-eeuwse wereld nog langere reistijden bestaan). Maar als ik naar de verhalen van mijn opa luister…
Ik kan me niet voorstellen in die enorme 20e-eeuwse wereld te leven van mijn grootvader. Hij moest nog elke dag naar school, school kwam niet naar hem toe over het Net. Hij kon niet kiezen wat hij leerde, hij moest leren wat de toenmalige ‘Vlaamse overheid’ wilde. Mij zou het niet lukken. School is nu een netzaak, je kan rustig uitslapen en leren wanneer je wil. Dat vergt wel veel discipline, maar ja… in het echte leven heb je ook discipline nodig. Mijn leergroepmentor vergelijkt school altijd met het oude systeem van supermarkten (nog zoiets waarover mijn grootvader uren kan vertellen). Je loopt langs rekken vol leerstof en je kiest de dingen die je wil leren, wat je niet aanstaat laat je liggen. Je neemt de stof, net als eten niet meteen tot je, maar je “eet” ze geleidelijk op.
Morgen heb ik mijn laatste examen: esthetica (de grootste miskeuze van heel mijn leerpakket). Aan de klassieke kunsten heb ik niet veel werk moeten besteden (dat gedeelte is peanuts), maar de 20e- en 21e-eeuwe kunst is een hel. Allerlei stromingen volgden elkaar op, sommigen bleven maar enkele jaren populair, en dat proces ging (en gaat) alsmaar sneller en sneller. De laatste tien jaar hebben we zoveel stromingen door onze strot geduwd gekregen… neo-rococo, extravertisme, neo-opart, gevolgd door introvertisme en concurrisme. Ik kan ze haast niet uit elkaar houden, zelfs de volgorde in mijn hersenpan gestampt krijgen, gaat mijn petje te boven (ook nu heb ik ze overgetypt uit de cursus…) Maar ja… hopelijk staan de klassieke stromingen op het merendeel van de punten.
Ik weet niet of ik morgen iets neerpen (ik heb een verplichting voor drie columns per week, dus ik heb nog wat reserve). Waarom ik morgen misschien niets neerpen? Wel: ik moet nog kleren spotten voor de fuif want ik wil er op mijn opperbest uitzien voor Elyssa (blinkblink). Deze kans moet ik met mijn beide handen grijpen, zij is hét meisje voor mij. Hopelijk vind ik mijn zin op het Net, anders moet ik op zoek naar een antieke kledingswinkel (in de hele VES is dat een rariteit geworden…). Anyway, have fun.
Troy